Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Er was eens. Met deze drie woorden beginnen sprookjes of een betoog over liefst feitelijke geschiedeniszaken. Er komt ooit is de aanhef van een zin die iets vertelt over de toekomst. Het gaat dan om meer of minder onderbouwde waarschijnlijkheden en geen feiten en vaak ook sprookjes.

Maar ER is ook het woorddeel dat een hele wereld aanduidt van verbeteringen of verslechteringen. De zogenaamde stellende trap. Dat begint al met het alles overkoepelende en algemeen kwalificerende woord beter. We willen in het leven alles beter. We willen gelukkiger, gezonder, rijker, veiliger enz worden. We verbeteren liever dan verslechteren. Die ER maakt dat we van een situatie zoals hij nu is naar een situatie streven die beter is. ER geeft aan dat we in beweging blijven en ons begeven in een dynamisch proces. Het betekent ook dat we willen dat het anders wordt of dat iemand zich anders gedraagt of toont. Op deze wijze is beter verbonden aan groei van kwaliteit in liefst positieve zin. Dat noemen we dan vooruitgang, ook als niet altijd vaststaat dat een bepaalde wijze van voortgang ook een verbetering brengt. Ieder een auto kan als vooruitgang worden bestempeld, maar actie geeft ook re-actie, want meer files vinden we geen verbetering. Dus is de vraag wat doen we aan files en hoe maken we die situatie op zijn beurt weer beter. Verbeteringen wennen en worden op een gegeven moment gewoon of raken uitgegroeid en dan willen we weer verder.

Beter vinden we ook terug in leven, overleven, langer leven. Dat leidt enerzijds tot sleutelen aan ons DNA of hoogwaardiger technologie, waardoor we bijvoorbeeld versleten organen vervangen. Zo gaan we op weg naar cyborgs, half organische en anorganische mensen, of zelfs nog een helft verder en ontstaan er robots, die niet langer menselijk kunnen worden genoemd. We kunnen nu wel zeggen dat willen we niet, maar we gaan onherroepelijk vanuit de voortdurende verbeterwens zo’n kant op.

Het geeft ook verscherpte discussie. Waar de ene mens ( nu nog de meesten) verregaand ingrijpt in zijn natuur en wezen en het leven verlengt, zijn er anderen die over hun eigen levenseinde willen beschikken en beslissen en er zelf een streep achter zetten. De confrontatie is geboren. De een zegt ‘mijn tijd is gekomen’, de ander ‘wil eeuwig leven.’

Beter leidt dus tot groei, tot een dynamisch proces van aanpassing en verandering met als doel richting vooruitgang. Eventuele nadelen van die groei leiden weer tot verdere wensen tot verbetering en zo schrijdt het proces voort. Doelmatiger, efficiënter, sneller. Maar daarbij moeten we wel dit in het oog houden.

Stel ik heb persoon A in situatie A. U en ik bijvoorbeeld. Die verbeteringen en veranderingen maken dat wij ons vervolgens bevinden in situatie B. Als dit generaties doorgaat, ontstaan er personen C, D, E en zo verder in hun situaties. We moeten dan niet gek opkijken als persoon E in situatie E, ons in A maar ouderwets of zelfs onwetend vindt. Net zo goed als wij terugkijkend denken over mensen en situaties in de Middeleeuwen of nog ver daarvoor als slechter af, ondermaats of primitief. Kortom, die voorgaande situaties zijn onze wereld niet meer. Wij hebbben het beter, zijn verder en hebben nog allerlei naar meer van het 'goede.'De mens is - en dat noemen we ook zo – een kind van zijn tijd. Goed is zo beschouwd nooit goed genoeg, streven naar beter slaat de maat en houdt het proces op gang en best bestaat niet. Het leven is vooral een stellende trap. Ofwel in het Latijn een gradus positivus. Maar of dit altijd het geval is? ER houdt ons letterlijk in een lettergreep.

Interessante artikelen

Veel van mijn blogs zijn zeer kritische beschouwingen over van alles en nog wat in de grote wereld. Deze keer betreft het een Nederlander die we allen een beetje kennen. Geen miljoenen verdienende top


Duurzaam handelen en maatschappelijk verantwoord ondernemen vormen de bovenste trede van de ladder van Aanzien en Acceptatie. Op menig congres spreken milieudeskundigen, beleggingsexperts in groen en


“Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit”, is in beoordelingssituaties een veelgehoorde opmerking. Ik kan net niet stellen, dat er geen kwaliteiten zijn, maar mijn standpunt komt er dicht bij