Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Internet beïnvloedt wel ons gedrag en onze sociale omgang, maar wijzigt niets aan ons fundamentele denksysteem. Althans niet op een korte, voor mensen overzienbare tijd. Maar misschien is er een uitzondering. Eén die overigens in het Edge-boek niet aan bod komt, maar in mijn beschouwing hieronder wel.

Als de 151 wetenschappers en andersoortige ervaringsdeskundigen het ergens over eens zijn, is het wel dat Internet niet bewerkstelligt dat we anders gaan denken in de zin dat ons fundamentele denkproces wijzigt. Internet en de aanverwante mediatoepassingen muteren wel ons denkgedrag. Dit niet hoe we denken, maar waaraan we aandacht besteden en hoe we ons denken laten beïnvloeden. Internet werkt dus wel als een agenda setting type medium. Velen besteden een behoorlijke dosis tijd aan Internet en vaak elke dag en dan rekenen we de zakelijke gebruiksvormen niet mee. Een deel van de gebruikers raakt verslaafd. Het sociale leven verplaatst zich deels van buiten naar binnen, want een internetter hoeft fysiek niet op pad om in verbinding te komen met een gevarieerde wereld. Daartegenover  ontstaat een reikwijdte aan contacten als het gaat om de actieradius van contacten, van een omvang die we voordien niet kenden. In ieder geval niet zo snel, zo goedkoop en zo frequent. Internet kan mensen a-socialer maken, omdat oog- en lijfcontact afneemt. Het geeft de introverten onder ons nog meer ruimte voor hun ingekeerdheid. Van de weeromstuit geldt, dat voor hen, die niet zo makkelijk contact maken in het leven van alledag, de poort opengaat naar een wereld van meer anonieme kennismakingen, die met een vingerdruk kunnen worden binnengehaald of verbroken. Het maakt mensen ook onbeleefder, omdat ze maar al te makkelijk  in ongepaste omstandigheden aan hun internetzucht of hun mobieltjesgedrag voorrang geven. Zo bezien grijpt de moderne mediatechnologie hard in op klassieke gedrags- en beleefdheidsconventies. Ouderen storen zich hieraan, maar als we één generatie opschuiven zal dit gedrag ‘gewoon’ worden gevonden en zal wat nu tot ergernis leidt als normaal worden beschouwd en door weer andere gedragsgolven worden verdreven. Vergelijk het met de smaak van muziek, mode of vele andere cultuuruitingen, waarvan de liefhebbers elkaars smaak en kwaliteitsgevoel betwisten.

De verschuiving naar internetgedrag  verschilt niet essentieel van vroegere gedragswijzingen veroorzaakt door nieuwe technische vondsten en apparaten. De overgang van paard en wagen naar autoverkeer heeft ook veranderingen gebracht in het persoonlijke en groepsmatige verkeer. Mensen die vroeger wekenlang met elkaar omgingen op hun overtocht per schip van bijvoorbeeld Europa naar Azië gingen ook anders met elkaar om dan wij thans doen tijdens een snelle vliegreis. De gefortuneerde scheepsreizigers dineerden, converseerden, speelden bridge of schaak. De armere wereldreiziger hield het bij gesprekken en simpeler kaartspelen. Beide groeperingen aten en dronken op hun niveau van mogelijkheden. In een benauwd vliegtuig, uren achter elkaar zittend komt dit groepsgedrag er niet van. De gefortuneerde vliegtuigpassagier dineert en converseert nog wel, maar minder gezamenlijk. De economy classreiziger  leest wat, praat wat en strekt zijn benen in het gangpad naar de toiletten. Meestentijds dommelen en slapen we om de op zich korte reistijd door te komen. Daartegenover staat dat we vele malen sneller aan de andere kant van de wereld staan en dus meer tijd overhouden voor ons normale landleven en takenpakket of het vermaak dat daar lonkt en soms direct reisdoel is. Radio en televisie zijn eveneens duidelijke voorbeelden van technieken die in het persoonlijke en het groepsleven andere wendingen en verschijnselen teweeg brachten, maar we zijn er niet anders door gaan denken.  Wat wel verandert zijn de onderwerpen waarover we denken. Die moderne media bepalen in dit opzicht behoorlijk de agenda, waarbij nu juist Internet de individuele keuze tot grote hoogte voert en onszelf weer in charge brengt. Het is vooral de vluchtigheid en de verwarrend snelle opeenvolging van voorkeuren die ons het gevoel geven van verregaande verandering.  Internet is zeker een machtbreker. We bepalen zelf als het ware het programma. Dat klinkt ook door in Edge-opvattingen, dat iedereen een expert wordt of zich als zodanig opwerpt en dat iedereen zijn eigen zendstation is geworden. Daarmee worden zelfs bestaande machtsstructuren uitgehold. Internet werkt derhalve sterk antihiërarchisch. Het meest actuele voorbeeld zijn de volksopstanden in de Arabische staten, waar internet, twitter en aanverwante systemen, een enorme rol spelen in contacten, distributie van informatie en snelle oproepen tot protestacties. Het is echter zeer de vraag of de uitkomsten van die infectueuze opstandsinformatie ook de afloop van het verzet wijzigen en de verdere resultaten. Het lijkt er vooralsnog op van niet. De start verloopt anders. De middelen leveren versnelling, maar getwitter verandert niet het wezen van opstanden en of deze revoluties ook hun kinderen niet opeten, we zullen het zien?

Of op de hele lange duur al die handige, snelle, comfortabele apparatuur en processen onze  denkstructuur uiteindelijk fundamenteel veranderen –denk aan logica en redeneerpatronen-  valt niet uit te sluiten, maar zulke omslagen voltrekken zich eerder over duizenden jaren en vaak nog langer dan over eeuwen. De aanpassingen of invloeden die we nu zien kunnen als temporeel-cultureel worden aangemerkt. En de een zal de voordelen prijzen boven de nadelen, terwijl de ander zich ergert aan de teloorgang van in zijn ogen klassieke kwaliteiten en tot het besef komt dat hij het langzamerhand zijn tijd niet meer vindt.

Al met al biedt de wereld van het internet ons een elk wat wils formule, die tot nu toe ongekend was, tegen relatieve lage kosten, met een gemak waardoor jong en heel oud ook met de systemen overweg kunnen en zonder aanspraak op anderen in de directe omgeving  op elk moment dat men zelf wil. Internet is zo bezien de ultieme individualisator, geheel passend in het tijdperk van de egotiek.

Wat een gegeven is, is dat elke uitvinding in slechte en in goede  zin kan worden gebruikt. Dit moet worden beschouwd als eigen aan mensen. In dit opzicht is de menselijke soort niet bepaald verheffend. Altijd zijn er individuen of groepen die nieuwe processen of apparatuur ten kwade voor eigen doelen inzetten. Met Internet zal dit niet anders zijn en de voorbeelden zijn er reeds te over.  De publicatie en verspreiding van kinderporno, het lamleggen van betaal- of energiesystemen uit crimineel gewin of terreurbedoelingen, digitale stalking, haatmails, de communities van fanaten en satanisten, misleidende propaganda. De reeks is eindeloos en soms lijkt het erop dat de kwaliteit van het kwade beter is dan van het goede. Je zou kunnen stellen dat waar en hoe beelden en teksten ook maar op abjecte manier en criminele wijze kunnen worden aangewend internet en de familie van moderne media die aanwendingen alleen maar hebben vergroot en vergemakkelijkt en vooral onder ieders handbereik hebben gebracht. Menig Edge-deskundige spreekt de hoop uit, niet per se de verwachting, dat de zegeningen de nadelen zullen overtreffen. Sommige uiten hun twijfel over een overwegend goede afloop.

De externalisering van het geheugen is eveneens een onderwerp waaraan  zowel positieve als negatieve consequenties worden verbonden.  We kunnen allang niet meer alles overzien en onthouden. De pluszijde van Internet is de toegankelijkheid van deze digitale wereldbibliotheek, waarvan de kwaliteit, juist ook omdat iedereen aan de kwaliteit  van feiten en volledigheid kan bijdragen en de brede participatie werkt als een zuiverende zeeffunctie, waarbij de vindingrijkheid door de zoekmachines enorme tijdwinst oplevert. We worden door deze altruïstische (want mensen dragen vaak belangeloos bij aan de kenniscluster) deling met zijn allen sneller knapper. Let op, niet altijd op individueel niveau. Als negatieve kant wordt het gegeven beschouwd,dat de eigenschap van het snelle zoeken-en-vinden de noodzaak tot reflectie erodeert en dus het kennisconsumentisme  bevordert, waardoor eigen innerlijke beschouwing en nuancering terrein verliezen.  De meest negatieve visie hierop is de bedreiging van de erosie van geheugen, waardoor de actualiteit een allesbepalend positie gaat innemen. Realtime is straks het enige wat echt telt. Het verleden doet er dan steeds minder toe, maar ook de toekomst niet want het nu is dominant. Het kortetermijndenken zal het langetermijndenken verdringen, overwoekeren en obsoleet maken.

We zijn geneigd de invloed van een nieuwe fenomeen te extrapoleren door de mogelijkheden en versterkte eigenschappen van het novum in kracht door te trekken naar de toekomst. Dat is één manier van beschouwen. Ze past in de psychologie van het ik-belang: elke generatie vindt dat zij in haar tijd pas echt veranderingen en vernieuwingen in gang zet. Die houding geeft recht op trots, voedt de zingeving van onze bestaan en geeft ons een belangrijke plek in de voortgaande geschiedenis. Het is de psychologie van het ergens je stempel op willen drukken. Zonder ons zou de wereld slechter af zijn. Een andere benaderingswijze is uit te gaan van de grote wetmatigheden en dominante omstandigheden, die zich onttrekken aan de korte tijd die generaties duren en  te bezien in hoeverre nieuwigheden scheuren in dat langetermijnbolwerk aanbrengen dan wel die hegemonie van de evolutionaire traagheid van nieuw brandstof of impulsen voorzien.

In mijn boeken geef ik het volgende voorbeeld. Wat achten wij de grote problemen en opgaven in het leven van mensen op mondiale schaal? Deze zijn het bestrijden van honger, het voorkomen van oorlogsgeweld, het opheffen van analfabetisme, het uitbannen van epidemische ziektes, een redelijke verdeling van welvaart en bezit, de algemene aanvaarding van onderlinge, in algemene zin geldende gelijkwaardigheid van mensen, de vrijheid om eigen keuzes te maken en vrijelijk gedachten te hebben en te kunnen uiten. Deze vraagstukken zijn bijna zo oud als de mensheid zelf en worden als zodanig herkend en benoemd sinds laten we zeggen een millennia of drie en zeker de laatste twee duizendjaren. In die reeks van eeuwen zijn er de meest fantastische uitvindingen en verbeteringen in het bestaan van mensen tot stand gebracht. Het is een indrukwekkende reeks prestaties, waarin de speciale talenten van mensen tot uitdrukking komen. Maar het is een snoeihard feit, dat geen van die vraagstukken door geen van deze vindingen en ‘verbeteringen’ is opgelost.

Er lijden meer mensen honger dan ooit, ook al beschikken we over razendsnel vervoer dat alle uithoeken van de wereld kan bereiken. We hebben sommige epidemische ziektes vrijwel geëlimineerd, maar er zijn andere voor in de plaats gekomen en –let op- vooral de psychische verstoringen zullen toenemen, als gevolg van het zelf geproduceerde virus van overlading en overbevolking. Oorlogen zijn niet minder in getal, in omvang of in dodelijke effecten. In tegendeel, de machtigste wapens kunnen in handen komen van een paar individuen, waardoor het traditionele massaleger niet eens meer in staat is het guerrillaleger van de potentiële massa van enkelingen en kleine groeperingen te beteugelen. De spreiding van welvaart en bezit is schever dan ooit. We ervaren hoe de mensheid is. Twee grote landen, waarin tot voor kort die spreiding van bezit als een hoge doctrine werd verkondigd, de Sovjet Unie en China, tellen in een ongekend korte tijd een groei van miljonairs en miljardairs, waar kapitalistische landen bij achter blijven. De ideologie van het communisme verloor glansrijk van het belangenrealisme. Het analfabetisme is en wordt bestreden. En meer mensen zijn geletterd gemaakt in de afgelopen halve eeuw dan er mensen daarvoor woonden op de aarde. Tegelijk is het aantal analfabeten groter dan ooit tevoren in de geschiedenis in weerwil van die lovenwaardige inspanningen. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de enorme toename van het aantal mensen als zodanig, maar dit doet niets af aan de trieste constatering, dat we niet inlopen.  De gelijkwaardigheid van mensen is meer in het geding dan ooit en bokst op tegen archaïsche religies en superieure stamgevoelens, maar dan op de schaal van staten of wereldregio’s. En van enige reële vrijheid is slechts sprake in een minderheid van soevereine landen in de wereld, terwijl binnen de landen die de vrijheden wel aanhangen of grondwettelijk hebben verankerd de kwaliteit in de praktijk nog vaak te wensen over laat. Kortom: alle nieuwigheden van de wereld in de laatste 30 eeuwen hebben deze vraagstukken niet opgelost. De oorzaken hiervoor zijn evident. De meeste vondsten waren hier ook niet op gericht, de menselijke natuur is nog die van de rudimentaire overlevingsprincipes met een bikkelharde rangorde vanuit het voortbestaan van de eigen genen en daarmee het eigen lijf en de verworvenheden werden telkens door kwaadwilligen met evenveel succes voor louter eigenbelang ingezet.

Er zijn geen aanwijzingen dat het gebruik en de mogelijkheden van Internet die hoofdpatronen en structuren zal veranderen. Een deel van de mensheid zal meer kennis ter beschikking hebben, maar de ongelijkheid in informatiebezit zal er slechts door toenemen. We kenden de kloof tussen de haves en de have-nots en stevenen af op een verdere kloofvergroting tussen de knows en de know-nots. De kenniselite zal in omvang en voor zeker in kwaliteit (toegenomen inzicht)  toenemen. Hieruit komen ongetwijfeld weer verbeteringen en verrassende technologische vindingen voort. Maar er zijn geen aanwijzingen dat deze in gelijke mate mondiaal zullen uitwerken in verbeteringen. Internet vergoot de mogelijkheden van deling van kennis, maar grijpt niet in op onze oeroude denk- en overlevingsgedragingen. Dit zal pas het geval zijn als we aan de eigen structuur gaan sleutelen en ingrijpen op ons dna, met welke kennis overigens grote vorderingen wordt gemaakt. Tegelijk liggen, zo leert ons de historie, ongekende vormen van misbruik om de hoek.

Die discrepantie tussen kennis en persoonlijke overleving en belangenbehartiging komt significant naar voren in het navolgende voorbeeld. We weten wereldwijd dat er veel mensen zijn, zeker in de ontwikkelde landen. Ook dat we van 7 miljard afstevenen op 10 miljard of meer aan het einde van deze eeuw. We zien alom de gevolgen en beseffen, dat we levensstijl en energiegebruik drastisch zullen moeten wijzigen om de eigen leefomgeving op peil te houden. De rationaliteit leert dat bevolkingsgroei in beginsel niet gewenst is en dat het nemen van kinderen op basis van vervangingswaarde verstandig zou zijn. Waarom is het dan zo, dat we, ook in gevallen waarin de natuur het krijgen van kinderen –hoe zeer ook triest voor hen die het treft- niet mogelijk maakt, dit onvermogen teniet doen? Er zijn inmiddels 9 manieren, waarop vooral westerse vrouwen (en stellen)toch zwanger kunnen worden of kinderen gezond ter wereld kunnen brengen, waarin de natuur pakweg een halve eeuw geleden nog niet voorzag. Voor de wereld als totaal hoeft dit niet, maar eigenbelang en onze diepste persoonlijke natuur zoekt geniale wegen.

Voor mij past het internet in een patroon dat opvallend menselijk is: het streven naar een minimum inzet aan energie. Die houding tot delegatie van moeite, gekoppeld aan veiligheid, gemak en comfort, dat ik op deze site zal publiceren, getiteld De mens is van nature energiezuinig, zie ik terug in de geringe energie die het kost om de hele wereld te laten delen in dezelfde informatie. We externaliseren ons geheugen en kunnen het vrijgekomen breinvermogen benutten voor hoogstaander zaken dan gegevensopslag. Het verlies aan historisch besef zullen we op de koop toe moeten nemen. Hierin ligt voor mij de werkelijke waarde en uitwerking van internetgebruik. Die ruimte kan worden ingenomen voor kennisverwerking en de hogere organisatie van kennis op een bovenliggend niveau, zijnde visie. Die visie is nodig om in te zien, dat we allereerst van onze evolutierudimenten moeten afkomen willen we de grote vraagstukken, die ik hierboven aangaf, echt tot een oplossing brengen en tegelijk om de mensheid als geheel zo te organiseren, dat we onze persoonlijke gebreken en diskwaliteiten elimineren. De reeks is dan: informatieverwerking, kennisvergroting en visieontwikkeling. Visie in dit geval te verstaan als vooruitziend inzicht. Voor het overige is internet een fantastisch instrumentarium, dat helaas zowel voor hele goede ontwikkelingen als voor misbruik zal worden aangewend.

Interessante artikelen

 

Nieuwe onthullngen leggen nu weer o.a. in Duitsland duizenden gevallen van kindermisbruik bloot door priesters en en andere kerkelijke ambtsdragers gedurende tientalllen jaren. Het speelt zich in n


Je bent er één uit duizenden. Zo kunnen we soms iemand complimenteren, als we deze uitspraak interpreteren als iemand een goede helper is uit duizenden die neutraal aan de zijlijn bleven staan. We bed