Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Het is geen natuurwet, althans niet zo geformuleerd, maar wel een verschijnsel met een natuurwettelijk karakter: als het kan, wordt ruimte ingenomen. Ik geef fysieke, natuurkundige voorbeelden. Ik toon de analogie met menselijk gedrag. U kunt u eigen conclusies trekken. We zijn, maar anders dan u denkt, ruimtewezens.

De nu algemeen aanvaarde theorie over het ontstaan van het heelal is de these van de oerknal. Deze geldt, zoals dit in de wetenschap gaat, zolang er geen nieuwe feiten of verklaringen opdoemen inzake een andere oorsprong. Het lijkt erop, dat we de theorie zelf nooit zullen kunnen toetsen in de praktijk. Hoe herhaal je een oerknal? Die beginsituatie wordt omschreven als een explosie vanuit een miniem ruimtelijk beginpunt, waarin alle energie en daarmee materie in wording lagen besloten. Sinds die oerknal is met een tussenexpansie van een razendsnelle inflatie (verdere opblazing) dat oerpunt uitgedijd tot het bestaande, ons bekende heelal. De expansie doet het heelal afkoelen van een temperatuur van biljoenen (?) graden naar de huidige kosmostemperatuur, die circa 3 graden ligt boven het absolute minpunt van -273 graden Celsius. Die samengebalde energie van toen komen we inmiddels tegen in warmte, straling, zwarte energie en zwarte materie (nog niet ontdekt spul, waarvoor wiskundige berekeningen aanwijzingen opleveren willen de verhoudingen en het gedrag van het heelal kloppen) en klonten materie van allerhande dichtheid, omvang en soorten in de vorm van hele melkwegstelsels, zonnen, neutronensterren, planeten, manen, meteoren en wat al niet ronddoolt. Met de oerknal en materievorming ontstonden de ruimtelijke dimensies en ook die van de tijd. Spul neemt ruimte in. Het heelal neemt ruimte in. Buitenheelalse ruimte moet begrepen worden als een lege, onbegrensde ruimte. Eigenlijk mag het woord ruimte niet worden gebruikt. Buiten het heelal en de ingenomen ruimte is er een Niets, want met de oerknal wordt ook de ruimte geschapen. Daarbuiten is het leeg, omdat er niets is. Onbegrensd omdat waar niets is, er ook geen grenzen zijn. Naar het er nu op lijkt, dijt het heelal nog steeds uit en neemt dus steeds meer ruimte in. Mocht het zo zijn, dat de heelaluitdijing omslaat in krimp dan komt dit omdat bij een gegeven hoeveelheid materie de zwaartekracht het wint van de groeikracht. Dit oergegeven, dit begin van alle bestaan leidt mij tot de slotsom dat het een essentiële eigenschap van het zijnde is om ruimte in te nemen, tenzij tegenkrachten zoals de zwaartekracht of structuren van interne verbondenheid dit voorkomen of begrenzen. Mijn tweede constatering is, dat dit natuurfenomeen –nogmaals het is nog niet tot wetmatigheid verklaart- ook bij mensen nog volledig opgaat, zowel fysiek als psychisch en de diepste drijfveer is achter ons gedrag.

Als we nog even bij de natuur blijven, werpen enkele voorbeelden licht op deze ruimtezoekende wetmatigheid. Sterren of zonnen bestaan binnen een bandbreedte van intern en extern gerichte krachten. Die interne kracht is de zwaartekracht, die zo sterk kan zijn dat een zon, mits voldoende omvangrijk of beter zwaartekracht leverende materie bezittend, uiteindelijk implodeert en als een neutronenster verder door het leven gaat. De externe kracht vinden we terug in het verschijnsel straling tijdens het zonnebestaan en de uitstoot van zwaardere elementen als zonnen met een kleiner volume uit hun brandstof raken en exploderen. Die afdracht van straling verloopt conform een andere wetmatigheid. Energie stroomt altijd van een warmer lichaam naar een koudere omgeving of lichaam. De zon straalt haar warmte af op de aarde en niet omgekeerd. Dat is maar goed ook. We danken er ons bestaan aan. Warmte is het afgeleide van opgekropte materie. Hoe dichter of meer verbonden de materie des te hoger de temperatuur of het warmte/energiepotentieel. Neem atomen, die zijn heel hecht. Zeker hun kern. Vandaar dat kernsplitsing veel moeite kost en er, als splijting lukt, een enorme hoeveelheid energie vrijkomt. Dit principe van het uitstralen van warmte vinden we bij mensen (en dieren) ook terug. De sterke persoonlijkheid straalt af op of overheerst de zwakke persoonlijkheid. Het aansprekende straalt af op het fletse. Denk aan onze uitdrukking: iemand is een lichtend voorbeeld.

Water stroomt. Altijd naar beneden vanwege de natuurwet die zwaartekracht heet. Maar het vloeit ook altijd uit als het niet tegen wordt gehouden, totdat het zichzelf totaal heeft uitgespreid. Het zwembad blijft vol (even los van verdamping), omdat de wanden de hoog-laagovergang en daarmee ook de zwaartekracht elimineren en omdat ze het doorstromen blokkeren. Er even van uitgaande dat de zee eindeloos rivierwater uit de bergen zou kunnen ontvangen, dan zou de stroom nooit ophouden. Dijken houden de stroom gericht. Waren ze er niet, dan zou het water ook weer onmiddellijk de ruimte opzoeken en uitvloeien over de akkers of de oevers verzadigen. Ligt er in de stroom een rotsblok, dan gaat het water er omheen, er overheen, er langs of op de duur er onderdoor of het schuurt zich een weg of bocht uit, maar het zoekt de ruimte. Mensen gedragen zich niet anders. Neem een verkeeropstopping. Mensen gaan als dit kan om de blokkade heen, kiezen sluipwegen en zouden als er geen duidelijke wanden waren in de vorm van wetten, regels en –bij voorkeur beschaafd gedrag (innerlijke oevers)- desnoods over de blokkade heen doorrijden of de vangrails slopen en op die manier andere wegen zoeken.

Bomen van hetzelfde bomenras zijn in stamconstructie, takken- en bladvorm gelijk, maar tegelijk is niet één boom identiek aan een rasgenoot. Er zijn groeibelemmeringen (hoogte, breedte, dikte enz), die besloten liggen in het boomdna, maar waar die belemmeringen eindigen begint het vrije, ruimte-innemende gedrag. De fantastische vormen en structuren, die de natuur ons toont in de meest uiteenlopende materievormen (denk eens aan sneeuwvlokken), planten en dieren zijn eensdeels het gevolg van innerlijke of externe belemmeringen, maar anderdeels van de vrijheid om ruimte in te nemen, als hiertoe de mogelijkheid bestaat. Ik heb inmiddels het begrip vrijheid geïntroduceerd. Vrijheid is de ruimte die de natuurwetten ons geven. Ruimte stelt geen grenzen en laat dus alle vrijheid, tot zover als andere wetmatigheden de grens stellen. Voor de takkengroei geeft de luchtige omgeving onvoldoende weerstand en dus zoekt elke boom zijn eigen invulling van die ruimte met zijn eigen vorm. De liberale gedachte 'vrijheid in gebondenheid' is een woordeljke verbeelding van dit principe.

In analogie met het menselijk gedrag kan dus worden verwacht dat mensen altijd de ruimte benutten die hun is of wordt gegeven. Fysiek zijn ze geneigd te doen wat ze kunnen. Belemmeringen zijn lichaamsvermogen, kracht, conditie, angst, veiligheid en psychisch de mate van zin of aantrekkelijkheid van een gegeven inspanning. Psychisch kunnen mensen verder bijkans onbegrensd fantaseren of hun creativiteit uitleven. Psychisch zijn er veel minder grenzen dan in het fysieke, waarin we elkaar soms letterlijk op de huid zitten, –overigens vaak om goede redenen- sociale afspraken maken en elkaar banden opleggen en samenleven met geboden en verboden. Maar in essentie, als een wezenskenmerk, zijn we ruimte-innemend. Het is het mechanisme achter de verspreiding van mensen over de aarde. We zien het terug in eigenzinnigheid, in de zucht naar vrijheid of negatief in ongebreideld gedrag en een a-sociale opstelling en in veel triviale handelingen. Alleen met strenge voorschriften kan de directie voorkomen, dat in een ruim kantoorpand vrije kamers toch niet worden ingenomen, ook al heeft iedereen het aantal vierkante meters kantoorruimte tot zijn beschikking dat als norm is gesteld. Alleen met strenge voorschriften kan worden voorkomen, dat mensen de kantoorapparatuur niet gebruiken voor eigen (vrije doeleinden of de computer voor ongepaste zoektochten en contacten. Krakers doen in het licht van mijn beschouwing wat de natuur hen ingeeft. Het is het gedrag van het handdoeken neerleggen op nog onbemande ligbedden langs het zwembad op de vakantie alvorens naar het ontbijt te zijn. We zien het terug in de elke fatsoennorm overtredende riooljournalistiek, zoals de affaire in Engeland nu toont. Men zoekt altijd de grenzen op, we vinden het spannend er soms over heen te gaan en verzetten ons tegen welke vorm van kluistering ook. We kunnen in het alledaagse leven duizenden voorbeelden vinden. We noemen het soms ambitie, jeugdige overmoed, waaghalzerij of crimineel gedrag, maar het is allemaal terug te voeren op het expansieprincipe. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Dit vroegste principe is het mechanisme achter de voortplantingsdrift (de genen die victorie zoeken), territoriumdrift, overdadig winstbejag, evangelisatie, enzovoort, enzovoort. Dat mensen de grenzen opzoekn, eten we toch allang, hoor ik u denken? , wanneer we een situatie creëren en op onze vingers kunnen aftellen, waar, wanneer en hoe mensen zullen proberen onder de regels of afspraken uit te komen. Als we voorbeelden van dit gedrag bestempelen als bezitsdrang, lust naar macht of afgunst, duiden we op culturele of temporele subredenen met hun betiteling. Daarachter gaat de werkelijke kracht schuil. Als we het zo goed weten, waarom komen we in de praktijk dan zoveel momenten tegen, dat ietrs of iemand verder laten komen dan we eigenlijke wilden, dat we proberen vantevoren inschatbare uitwassen (vrijheidszoekend, ruimtezoekend gedrag) weer weg te krijgen, terug te dringen in plaats van te voorkomen. We onderschatten de echte drijfkracht. Terugdringen kost veel meer energie dan voorkomen. Want terugdringen is tegennatuurlijk. Ofte wel met een variant op het gezegde: voorkomen is beter dan terugdringen.

Pas de gedachte eens toe op de uitgavewoede van regeringen, waarbij deze jarenlang meer uitgeven dan dat er aan pecunia binnenkomt. Op onsportief gedrag op voetbalvelden of doping bij het wielrennen. Op te hard rijden, dronkenschap tijdens het rijden, kinder- en vrouwenmisbruik. Zolang ruimte innemen onze natuur is en wij deze natuur niet corrigeren door beschaving, opvoeding en rationalisme zijn stringente afspraken en regelhandhaving geboden, want die natuurwetten leren ons het volgende. De ene natuurkracht kan alleen worden getemd of beperkt door een minstens zo grote tegenkracht. En mensen zijn, of we dit nu leuk vinden of niet, puur natuur, kinderen van de oerknal, het ruimtescheppende continuum.

Interessante artikelen

Als twee opgewonden hanen kakelen Noord-Korea en Amerika tegen elkaar op. Het gaat niet om een handelsconflict over tandpasta waarvan je tanden roze kleuren. Kernwapens of kernbewapening zijn in het g


Nog geen vier dagen na de juichtonen van westerse politici over het behoud van de democratie in Turkije licht nu het schaamrood op hun kaken fel op. Herinvoering van de doodstraf wordt voorgesteld, ti


Er is geen kanaal om ongestoord informatie of een boodschap over te brengen.

 

Er is geen kanaal om subjectieve perceptie te omzeilen.

 

Er is geen kanaal dat de ontvanger waarheid garandeert.