Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Een tocht van zes etappes door de menselijke evolutie toont de weg door de eeuwen en werpt een licht op een mogelijke toekomst over de menselijke gerichtheid op energiezuinigheid.  (zie ook het schema). Het verkrijgen van voedsel is een activiteit die in beginsel veel energie vraagt. Wie elke keer meer calorieën kwijtraakt met voedselvergaring dan hij of zij aan nieuwe calorieën bemachtigt, overleeft niet. Zuinig met energie omgaan is de mens vanuit de evolutie aangeboren, maar met een egoïstische beperking. Nu nog die eigenschap ontdoen van het egodenken.

De eerste mensachtigen hielden zich bezig met  één hoofdzaak en drie hiertoe voorwaardelijke activiteiten. Die hoofdzaak was en is nog steeds overleven. Misschien is het zuiverder om te stellen , dat de genen binnen de mens bezig zijn met overleven in de vorm van replicatie. De mens is slechts een vehikel. Alle planten en dieren trouwens ook. De drie voorwaardelijke activiteiten waren voortplanten, energie opdoen middels eten en drinken en rusten. Jagen en verzamelen waren twee manieren om aan voedsel te komen. We duiden de mensen in die periode ook naar hun voornaamste dagbezigheid aan. Bij een deel der dieren is het een nachtzaak maar dat doet aan het feit niets af.

geestkracht -warnercommunicatieAan de zoektocht naar voedsel en het rusten werd de meeste tijd besteed. Voortplanting moest wel beperkt blijven tot een kortdurende activiteit. Wie de hele dag ligt te vrijen en paren is zelf al te makkelijk een prooi en verspeelt jachttijd en zou bovendien steeds meer monden te voeden krijgen. Het feit, dat mensen nu soms langdurig vrijen kan alleen omdat het eten al voorradig is, er geen prooidieren rond de slaapkamer (of waar ook) rondsluipen en omdat zij niet daadwerkelijk bezig zijn met bevruchtinggerichte paring. Vrijen is een geschenk van de welvaart. Rusten vergt ook meer tijd om het voedsel om te zetten in nieuwe lichaamsenergie en alles weer op te laden voor de volgende zoekpartij. Jagen/verzamelen en rusten, daar hadden we een dagtaak aan.

In die primitieve begintijden der mensheid was de jacht en het bessen zoeken een bezigheid waarvoor alle zintuigen werden ingezet. De mens wordt op elke zintuiglijke kwaliteit verslagen door menig dier. Hij is een soort tienkamper, die in veel takken van sport redelijk uit de voeten kan, maar op de individuele nummers nooit wereldkampioen zal worden. Maar in één opzicht is hij dominant. Hij beschikt over een soort zesde zintuig: de hersenen, die in dit verband derhalve heel goed het bezintuig zouden kunnen worden genoemd. Waar planten reageren op chemische stofwisseling en dieren vanuit stofwisseling en instinct, kan de mens reflecteren en zich bezinnen. En blijkbaar, als we de reeks van ontwikkelingen volgen, is één van de bezinuitkomsten geweest: hoe kom ik aan voedsel (soms ook voortplanting) tegen minder energieverlies?

Als het dier sneller is, dan brengen een geworpen speer en later de pijl en boog uitkomst. Als een dier groter en sterker is, kan het ook op enige afstand worden gedood en gevangen via deze wapens en  lussen, valkuilen of netten. Tegelijk startte het idee van organisatie. Samen staan we sterker tegenover de mammoet. Maar waarschijnlijk hadden die hominiden dit al meegekregen, want het gegroepeerd jaen vestaan ook sommige diersoorten. In ieder geval bracht de vinding van werktuigen c.q. wapens een lagere energiebehoefte met zich mee dan wel er bleef enige tijd over voor andere zaken. Paren duurde nog steeds kort, dus stak men energie in veiligheid en verdere behendigheid en vindingen, die het leven vergemakkelijkten dan wel veraangenaamden in de opbouw die we kennen als de piramide van Maslov. Van veel handel was nog geen sprake. Misschien ruilde men wat eten tegen werktuigen of vrouwen, maar daar hield het wel mee op. Voedseltransacties en genencombinaties, dat was het zo ongeveer.

Een bezinningsfase verder leiden landbouw,  veeteelt en zeeteelt (agrificatie, domesticatie en mareficatie)) tot een verminderde reden om lange, vermoeiende jachtpartijen te houden. In ieder geval voor een deel van de groep, stam of gemeenschap. Boeren of veehouders waren dan nog wel de hele bezig met dat voedsel, maar produceerden veel meer dan de eigen behoefte. Anderen konden zich werpen op nieuwe bezigheden en vindingen. Dat was van alles, maar zeker ook verdere delegatie van moeite en daarmee verlaagde inzet van energie. We delegeerden het overbruggen van afstanden aan olifant, paard en kameel of dromedaris, die bovendien ook de leeftocht voor ons torsten. Omdat we meer verbouwden dan we zelf nodig hadden en andere spullen begeerden kwam er mede dankzij die lastdieren vergaande handel op gang. In energiek opzicht hadden we minder ons hele lijf nodig en alle zintuigen nodig, maar stuurden we de draagdieren aan met benen, armen en handen en wat stemgeluid. Minder inspanning, minder voedsel nodig, meer leefkost over en ook meer tijd beschikbaar.

Slim die mens, die we inmiddels als homo sapiens aanduiden en dienst opvolger (dat zijn wij) als de homo sapiens sapiens, waaruit wel enige arrogantie spreekt, maar niet onterecht.  Een enorme slag in die lijn van efficiënt persoonlijk energiegebruik was de uitvinding van mechanische apparatuur. De rij- en lastdieren werden vervangen door de spreekwoordelijke paardenkrachten onder de motorkap. Auto’s, vrachtwagens, schepen en vliegtuigen stelden in staat tot het afleggen van nog grotere afstanden en het transport van immense volumes. De inspanning werd opnieuw verder gedelegeerd. Niet eens meer armen en benen waren nodig. Een simpele voetdruk op het gaspedaal volstond. Stuurbekrachtiging maakte dat met een relatief lichte handgebaar de tientonner de bocht neemt. De volgende stap in die richting is al enige tijd gaande: voertuigen sturen zichzelf. In de luchtvaart is dit al usance. In de scheepvaart eveneens. Het patroon is onmiskenbaar. Die apparaten en mechanismen werden tegelijk ook onderdeel van het ruilverkeer, dat nu zo massaal en ingewikkeld werd, dat er van alles moest worden afgesproken en ibijgehouden. De dienstensector kwam op. Hand- en hoofdwerk, minder calorievergend, minder gevaarlijk.

We zitten nu middenin de volgende fase. De automatisering en het veelzijdige computergebruik brengen voet- en handinspanning al terug naar vingerbeweging. Het rekenen wordt al overgelaten en de uitwisseling van data idem dito. We delegeren dus ook al het hoofdwerk. In de jaren ’90 was ik met een managementgroep van Gasunie in Silicon Valley, o.a. te gast in de laboratoria van IBM. Dat vingergedoe op toetsborden vond men daar maar primitief. Voice controlled, dat moest de toekomst worden. We praten de dingen en processen in beweging. Eén van de experts zei mij toen we aan de lunch de toekomst verder uitdiepten: het liefst zouden we de praatfase overslaan en direct naar mind controlled overgaan, maar zover is de ontwikkeing van supergevoelige sensoren nog niet. De aan handel en productie verbonden activiteiten krijgen een brede aanvulling in de diensten, die omvang in moderne samenlevingen de productiesector naar de kroon steekt. Dat mag geen verwondering wekken voor wie inziet dat ons bezintuig het belangrijke zintuig is geworden.

De procesgang is evident. Niet alleen in het dagelijkse, eerlijke gebruik of alleen bij een zekere elite.  Ook criminelen doen volop mee. Eerst stalen zij het voedsel of de vrouw (energie en voortplanting), vervolgens je paard of je kameel, je vrachtwagen,  je vliegtuig of je schip en nu we via automaten en internet nauwelijks meer contant op zak of in de bank hebben, jatten zij je pincode of kraken het systeem. Zo kunnen ze je hele hebben en houden roven zonder fysiek geweld. Als irissen of vinderafdrukken de nieuwe toegangssleutels worden, zullen er ook wel ogen of vingers worden gestolen, wel weer pijnlijk. De handel in informatie en communicatiemiddelen is inmiddels de snelstgroeiende activiteitensector.

Van het gebruik van alle spierkracht en zintuigen naar aanpraten en aandenken vertegenwoordigt een oerproces, dat nog immer voortgaat, ook is al de reeks jagen-eten-jagen-eten, zo intensief en nimmer aflatend als aanvankelijk, niet meer strikt noodzakelijk. Energiebesparing is de mens aangeboren. Maar waarom gaan we dan zo kwistig om met het energiegebruik van derden of in het algemeen en zijn we helemaal niet zo energiebewust bezig met het gebruik van grondstoffen en energiebronnen? Allereerst geldt, dat we ons in het verleden ook niet druk maakten om de energie van andere wezens. Zwakke broeders met weinig kracht of reserves waren immers een makkelijker prooi. Het gebruik in hoeveelheden heeft verder alles te maken met het enorme aantal mensen en processen. Het is de getalstoename van gebruikers dat het gebruik doet oplopen. Tien miljard aardbewoners tegen het eeuweinde vereist heel wat calorieën of krachtmoleculen. Ten derde weten we inmiddels dat er energie voldoende is en dat er op dit punt helemaal geen sprake is van schaarste. Energie uit makkelijke vindplaatsen wordt schaars. De winningskosten worden hoger en dus gaat economische schaarste een rol spelen. Voor sommige vormen van energiegebruik geldt dat veiligheid, optimaal en met zekerheid, schaars is, maar energie zelf is uitbundig voorradig. En voor de slinkende fossiele reserves liggen alternatieven voor handen of in het verschiet die langer meegaan dan welke van hun voorlopers, behoudens de zon.

Het patroon geeft ook aan dat we ons lichaam en zijn spieren steeds meer delegeren aan onze mentale vermogens. Ons brein heeft maar weinig calorieën nodig om grote hoeveelheden arbeid te verrichten en is dus zeer energie-efficient, als die arbeid ten minste in cerebrale bezigheden is gelegen. Computers doen al het saaie informatiewerk en een aanvang is gemaakt met kennisontwikkeling door computers. Zo hebben mensen weer tijd over voor een volgende stap, die boven kennis uitstijgt en kan worden beneomd als geestlkrachttrancties: visie-uitwisseling. Een intrigerende vraag is: zet het patroon door en zullen we op den duur ook onze hoogste hersenactiviteit delegeren. Sommige breinwerkzaamheden worden al door computers verricht. En als dit doorzet waar krijgen mensen dan meer tijd voor of energie beschikbaar? Of luiden we zelf de volgende fase in door ons hele lichaam over te dragen?

Interessante artikelen

“Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit”, is in beoordelingssituaties een veelgehoorde opmerking. Ik kan net niet stellen, dat er geen kwaliteiten zijn, maar mijn standpunt komt er dicht bij


Op 16 september 1965 is de eerst miljard m3 aardgas aan het Groningenveld onttrokken. Seismisch onderzoek was al in de jaren ’50 begonnen. In lijn met hun kernactiviteit zochten Shell en Exxon naar ol