Warnercommunicatie

"Non nobis tantum nati"

Dit artikel gaat over cognitie en cultuur. In een onderzoek bracht Dr. Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur en Cognitie aan de RUG, het leerproces van kinderen van 4 tot 18 jaar in kaart. Dit gebeurde op verzoek van de Stichting Leerplanontwikkeling om een leerkader te ontwikkelen voor cultuureducatie.

Let op: cultuur wordt hier niet gebruikt in de enge betekenis, die van kunst, maar in de brede duiding van leven en omgeving. Ik las het totale rapport en kwam tot een bevinding die ook voor ons, in de communicatie, zeer leerzaam is. Het geeft aan hoe je met volwassenen zou moeten communiceren vanuit een hun leerproces. Met name de mogelijkheid, dat mijns inziens veel mensen kunnen zijn blijven steken in de derde leerfase tijdens hun jeugd prikkelde mij.

Kern van het onderzoek zijn de relevante cognitieve ontwikkelingen van leerlingen van 4 tot 18 jaar. Het gaat dus feitelijk om alle mensen in hun kindertijd.

Vanuit de cognitiewetenschappen wordt cultuur opgevat als proces van denken en doen, waarbij mensen hun persoonlijke en collectieve geheugen inzetten om betekenis te geven aan een steeds veranderende omgeving.

Het is een ons, communicatoren, op het lijf geschreven opvatting.

Cultuur zit niet in de dingen, stelt het rapport, maar in de specifieke manier waarop mensen in hun denken en handelen betekenis geven aan de werkelijkheid. Hoe we ons gedragen, kleden, eten, maar ook hoe we communiceren!

Kinderen (mensen) doorlopen vier fases van cognitieve basisvaardigheden: waarnemen, verbeelden, conceptualiseren en analyseren.

Tot zover vallen jullie niet van je stoel. Het is allemaal zeer herkenbaar. Logisch want jullie gingen zelf ook door die fases.

Een beetje uitgeschreven houden die fases dit in.

Waarnemen is de zintuiglijke fases. Ze loopt van het 4e tot en met het 6e jaar. Daarvoor werken die zintuigen ook al natuurlijk, maar die waarnemingen vallen als het ware in een open mind. Het zich ervan bewust zijn wat er wordt waargenomen is nog niet sterk ontwikkeld. In die 4-6 fase, de sensorische fase, beseft het kind: Wat zie ik? Wat voel ik? Wat ruik ik? Enzovoort. Besef en zelfbewustzijn raken tot identiteit.

Verbeelden is de motorische fase, lopend van 6 tot 10 jaar. Kinderen gaan fantaseren, (na) spelen, voorspellen, verzinnen en namaken. Het kind beantwoordt zijn cognitieve vragen van “Wat kan ik doen? Hoe doe ik het?

Conceptualiseren loopt van 10 tot circa 14 jaar. Kinderen gaan duiden, vertellen over, benoemen, classificeren en oordelen. Hun eigen ikkie komt meer naar voren. De cognitievragen zijn nu: Wat kies IK? Wat is mijn positie? Het zelfbewustzijn piekt. Het is de overgang naar meer abstracte kennis. Het zal duidelijk zijn, dat een sterk individualiserende samenleving die kinderen letterlijk veel eigenwijzer zal maken. Ze betrekken dan alles op zichzelf en ze achten zichzelf het middelpunt van de samenleving, hetgeen uiteraard niet de werkelijkheid representeert. Het roept wel conflicten op.

Analyseren houdt in verklaren, onderzoeken, verbanden leggen, ontleden. Ook het verschil leren tussen goed en kwaad. In deze fase van 14 tot 18 (en later) wordt het kind zich bewust van: “ Ik ben het resultaat van omstandigheden.”

Het zal jullie nog steeds niet verwonderen en ook doen denken; wat als die derde fase van dat ikkie nog wat doorloopt? Terecht, die leeftijdsgrenzen zijn niet tot op de maand scherp.

 

Maar nu komt-ie!

Tot zover komt het ons allemaal bekend voor. De fases zijn waarachtig geen nieuwe blikseminslag. Wat echter wel uit het onderzoek als nieuw naar voren is gekomen, is dat de eerste drie fases (waarnemen-verbeelden-conceptualiseren) zijn aangeboren. Zelfs al werkt het kind of zijn leeromgeving er voor geen meter aan, elk kind doorloopt van nature die fases. Dat cognitieve proces is pure biologie. Liefst natuurlijk binnen een goede opvoedingsomgeving. De analysefase evenwel is niet aangeboren. Analyseren moet worden geleerd, aangebracht. Het kind moet dan dus moeite doen, het waait hem of haar niet vanzelf aan.

En hier popt bij mij een gedachte op met vragen?. Wat als analytische cognitie niet goed plaatsvindt? Wat als het kind niet wil leren of het ook niet goed kan door een intelligentiegrens? Als veel kinderen in deze fase onvoldoende kennis en training krijgen, zijn veel mensen dan als volwassenen eigenlijk niet blijven steken in de conceptualisatiefase? En wat betekent dit voor het communiceren op latere leeftijd.

Zij duiden dan wel dingen en zaken, maar niet op basis van een eigen analyse. Zij benoemen wel dingen en gebeurtenissen, maar leggen geen verbanden of hebben daar moeite mee. Zij hebben wel een oordeel, maar slechts als product van eigen beleving, zij ontleden niet en abstraheren onvoldoende.

Als dit zou kloppen zou het kunnen betekenen, dat we met veel mensen beter kunnen communiceren als we ze benaderen op het niveau van die derde fase. Als we ons op een hoger niveau tot hen richten, spreken we hen aan op een cognitieve basisvaardigheid, die zij niet of onvoldoende hebben meegekregen, die niet is aangeboren. Dat is echter wel het niveau van de logica, van het kritische oordelen, van het aanvaarden van andere meningen en oordelen. Die volwassenen zullen op hun beurt hun kinderen in die 14 tot 18-fase dit ook niet bijbrengen en dus is het onderwijs in die fase van eminent belang. O en O. Als de Opvoeding faalt of tekortschiet moet het Onderwijs repareren, complementeren. Na het 18 e jaar wordt het namelijk uiterst lastig om die analysefase alsnog te doorlopen.

Oordeel zelf. Ik zal bij Van Heusden navragen of mijn veronderstelling juist is. Zo ja, dan kan communicatie veelal beter worden aangeboden conform de aanpak in die conceptualisatiefase.

 

(Het hele rapport kan worden gevonden bij de Stichting Leerplanontwikkeling, publicaties, ‘Cultuur in de spiegel.’)

Interessante artikelen

Sprookje voor volwassenen

 

Er was eens een sprookje.

Dat wilde werkelijkheid worden.

Zij ging naar de waarzegger.

Beste waarzegger vertel mij:

Hoe kan ik als sprookje werkelijkheid worden?

Wel